Prostitutie Regelgeving Nederland

Geschiedenis Prostitutie regelgeving

Bestuurders hebben door de jaren heen getracht de prostitutie tegen te gaan, te verbieden of te veranderen. Zo werd ten tijden van de opstand in 1598 prostitutie volledig verboden. In 1811 werd onder de Franse bezetting het volledig verbod echter weer ingetrokken en mochten steden zelf beslissen over hun te voeren beleid ten opzichte van prostitutie, mits aan de voorwaarde voldaan werd dat hoeren zich regelmatig medisch lieten keuren. Na het vertrek van de Fransen was er tot begin 20ste eeuw geen eenduidig Nederlands beleid. Hier kwam verandering in met de zedelijkheidswetgeving van 1911. In deze wet werden bordelen en overige exploitatie van prostituees verboden, ook werd het werk dat pooiers deden (werven van prostituees) strafbaar gesteld. Desondanks verminderde prostitutie in de jaren daarna nauwelijks, en bleek al snel dat het verbod zeer moeilijk te handhaven was voor zowel de overheid als gemeenten. Vanaf de jaren zeventig veranderde het beleid dat gemeente voerden ten opzichte van hoeren en bordelen. Terwijl Rotterdam en Arnhem raamprostitutie volledig afschafte, werd in een stad als Amsterdam raamprostitutie gedeeltelijk gelegaliseerd. Ook het landelijke beleid veranderde, en vanaf 1992 werd het werven van prostituees weer toegelaten, mits deze 18 jaar waren en dit niet door middel van geweld of misleiding gebeurden. Ook het in 1911 ingevoerde bordeelverbod werd volledig opgeheven. Sinds het jaar 2000 is het gemeentelijk beleid wederom veranderd. Vanaf dit moment werd het voor bedrijven die zich richten op prostitutie verplicht een vergunning te hebben. Door middel van deze vergunningen hebben gemeenten getracht de locatie en het aantal prostitutie bedrijven te beperken.

redlight